Ansali.be/Duvann

geplaatst op: november 2011; laatste herziening op: 28/11/2011

Ik wil wraak*

Ik wilde poëzie schrijven die iedereen kon bekoren
Een tuin vol spanning zonder de rust te verstoren
Een libelle aan het water een wandelaar op zijn pad
En kinderen die spelen verenigd in het landschap



Ik zat met de plaag van het warhoofdig herhalen ruisen
Die ik als tiener toevallig neerschreef en zocht te buigen
In dichtwerk. Hoop ontstond een gave te mogen delen
Na een belevenis en een zoektocht naar ongebruikte beelden

Maar het vraagt tijd, veel tijd, onredelijk veel in deze tijden
Van onthaasten. Ik weet wel, wereldliteratuur zal ik nooit schrijven
Doch wat kan me dat nog deren als dichterschap wordt begraven
Met hun bladeren die niemand lezen wil, zelfs niet aan hun graven.

Zij bracht wat ik allang niet meer wou brengen
De lust naar hun ontwaken en deze te halen
Door het “ikke” en zijn romantische ziel te balen
Alle vervreemde stellingen van het ego neer te halen.

LB

*Ik vind het afschuwelijk het woord “wraak” te gebruiken, maar ik vond niets beter.
Ik wil revanche … Vreemde woorden vermijden en ook is ze geen tegenstander, integendeel
Ik wil recht … Alsof ik haar zou moeten uitdagen voor het gerecht?
Ik wil opstanding … Ja maar te godsdienstig.

Het bleef dus bij: “Ik wil wraak.”
Wraak moet hier in de positieve zin worden begrepen. Niet de betekenis van iemand te willen kwetsen, (ik sterf liever) maar wel in de zin het tegendeel te willen bewijzen. Merk trouwens op dat ik dit wil bereiken via haar aanwijzingen.

 

pagina 1/1