Ansali.be

Saturday, November 15, 2008

Conferentie 1944 te Bretton Woods

Om een beter begrip te krijgen over de financiële crisis van 2008 die vooraf is gegaan aan de hypotheek crisis in 2007, vind ik een bespreking over Bretton Woods op zijn plaats, omdat ze:

  1. Geboorte gaf aan de internationale instellingen, het IMF en de Wereldbank.
  2. Het gevolg zijn van de dollar - goudstandaard (eindigde in 1971 -1973) en de discussie opnieuw oplaait voor een al dan niet grondstoffen munt.
  3. Omdat de top in New York op 15-12-2008 van de G20 oorspronkelijk een Bretton Woods II ambieerden. Al wordt er vandaag 12-11-2008, volgens de kranten daar geen gewag meer over gemaakt, door Frankrijk (Sarkozy) en Engeland, de initiatiefnemers van een nieuw Bretton Woods, alsof die plannen voor Bretton Woods II zijn opgedoekt.
  4. Een Bretton Woods II verondersteld een Bretton Woods

Bretton Woods

Mijn doel met dit artikel is aan te tonen dat de koppeling van de dollar aan het goud, niet bedoeld was door de hoofdarchitecten van Bretton Woods uit 1944, met name, Lord John Maynard Keynes, Brits econoom en Harry Dexter White, de toenmalige adviseur van de Amerikaanse Minister van Financiën. Het doel van de conferentie was om een herhaling van de Grote Depressie te voorkomen. Om dit te bereiken wilden ze een internationaal stelsel oprichten met vaste wisselkoersen dat flexibel was. Keynes wou een soort centrale bank op wereldschaal die eigen geld zou kunnen uitgeven. Die is er niet gekomen omdat de Amerikanen toen als enig land, vlak na de Tweede Wereldoorlg met een overschot op hun handelsbalans vreesden de tekorten van alle anderen landen te zullen moeten financieren. White wilde wel een internationale bank die kredieten kon toestaan ter wederopbouw en ontwikkeling, gescheiden van het IMF, de instelling die voor stabiele koersen moest zorgen.

Op de site van het IMF, staat te lezen dat haar ativiteiten uit drie hoofdbezighen bestaan:

  1. Toezicht houden over de economische en financiële ontwikkelingen en politieke adviezen voorzien, in het bijzonder gericht om een crisis te voorkomen.
  2. Tijdelijk leningen toestaan aan landen met balans en betalings moeilijkheden met het doel hun onderliggende problemen ten goede te veranderen en aan landen met lage inkomens ter bestrijding van de armoede.
  3. Technische bijstand en trainingen verlenen aan landen

Hetgeen niet wordt vermeld is toezicht houden op de wisselkoersen van de munten, zoals hierna wordt aangetoond de oorspronkelijke taak van het IMF

Edward Berstein, lid van de conferentie in Bretton Woods en wie in 1946 eerste onderzoeksdirekteur van het IMF getuigt: "In de statuten van het Internationale Monetaire Fonds staat dat het doel van het IMF is om landen de tijd te geven hun problemen op te lossen zonder negatieve gevolgen voor de internationale handel. Het IMF kreeg de bevoegdheid om tegen een land in financiële moeilijkheden te zeggen: "Je mag je wisselkoers aanpassen en je krijgt een tijdelijke lening van ons, maar zorg voor snelle verbetering van je beleid om te voorkomen dat het nog eens ontspoort." Dergelijke aanpassingen waren onmogelijk onder het stelsel van de Gouden standaard, dat tot begin jaren dertig van kracht was en door zijn inflexibiliteit had bijgedragen aan de ernst van de depressie". Bernstein legt vervolgens uit: "Onder de gouden standaard was de hoeveelheid geld die een centrale bank van een land kon scheppen - en daarvan afgeleid de expansie van de totale geldhoeveelheid - afhankelijk van de hoeveelheid goud die de centrale bank bezat. Als er geen nieuw goud beschikbaar was, kon de geldhoeveelheid niet toenemen. Als geld uit een land wegstroomde, omdat het meer in het buitenland kocht dan dat het verkocht en daarmee deviezen verloor, was een land gedwongen om zijn geldhoeveelheid te verminderen. Verkrapping van het geld leidde tot een inkrimping van de economie, tot minder vraag naar goederen uit het buitenland en bijgevolg tot een vermindering van de uitstroom van goud. Omgekeerd, als naar een land goud toestroomde omdat het een overschot had op zijn handelsbalans, dan mocht de centrale meer geld in omloop brengen en kon de economie groeien.Dit stelsel trad internationaal onder Britse leiding in werking na 1873. Voor die tijd hadden Frankrijk en de Verenigde Staten een bi-metaal standaard van goud en zilver. Duitsland stapte over op de Gouden standaard na de Frans-Duitse oorlog van 1870 en gebruikte als reserves het goud dat het als herstelbetaling van Frankrijk ontving. Juridisch namen de VS pas in het jaar 1900 de Gouden standaard over. Na de Eerste Wereldoorlog waren de Europese landen gedwongen de Gouden standaard tijdelijk los te laten, maar in de loop van de jaren twintig kwamen ze na een sterke devaluatie van hun munten ten opzichte van goud weer terug. Alleen de Amerikanen handhaafden in die jaren de Gouden standaard. Het stelsel stond garant voor stabiele wisselkoersen, want de waarde van ieder munt werd bepaald door de hoeveelheid goud die deze bevatte. Zolang dit constant bleef, lagen de wisselkoersen onderling vast.

"Het stelsel van Bretton Woods was gebaseerd op de dollar. Alle andere valuta kregen een vaste koers ten opzichte van de dollar, met de mogelijkheid om na goedkeuring van het IMF de koers van de munt aan te passen. Stabiliteit en flexibiliteit waren zo verenigd met de dollar, de munt van het economische sterkste land als plechtanker." legt de econoom Paul Samuelson uit.

Hetgeen niet in de statuten van het IMF was opgenomen is dat de Amerikanen bereid waren om de omwisseling van dollars in goud te garanderen tegen een vaste prijs van 35$ voor een troy ounce. Om die reden konden ze eenzijdig deze belofte intrekken. In 1971 werd door Nixon in een tv toespraak het 'goudlokket' gesloten. De vaste wisselkoersen werden tot 1973 evenwel gehandhaafd. Door de gigantische speculaties op de dollar werd in 1973 de koersen tijdelijk zwevend gehouden. Een zweven dat tot heden 35 jaar later nog steeds van kracht is. De koersen werden sindsdien bepaald door vraag en aanbod. In verloop van die tijd groeide een overtuiging dat vaste wisselkoersen nefast zijn voor de wereldeconomie. De huidige crisis die in ernst vergeleken wordt met de crisis in de jaren 1930 doet de discussie opnieuw oplaaien. Ik noem hier dan ook graag de Duitse Nobelprijswinnaar Robert Mundell wiens mening ik deel dat een globale economie een globale munt vereist en verzwijg onsportief de ander econoom eveneens nobelprijswinnaar waarvan ik weet dat hij het tegendeel vind.

Mijn bedenkingen in verband met geldschepping en de discussie tussen een grondstoffen munt versus fiat (chartaal) munt dat de oorzaken die aanleiding geven tot een crisis voor beide stelsels dezelfde zijn. In het geval van een grondstoffen munt, bijvoorbeeld de goudstandaard, ontstaat de crisis doordat de productie onder het niveau komt te liggen van de economische expansie. Om de analogie door te trekken met het fiat geld, vind ik dat men ten onrechtte beweerd dat de creatie van geld bestaat uit lucht. Geld dat ontstaat uit het uitschrijven van leningen hebben wel degelijk activa als tegenwaarde, vind ik. De huidige crisis is het gevolg dat die activa (Amerikaanse huizenmarkt) zodanig in waarde is gedaald dat de leningen dienen afgeschreven te worden. Hierdoor vermindert het gecreëerde geld en ontstaat een verkrapping. Verkrapping van geld leidt tot een inkrimping van de economie. In beide gevallen zo stel ik me voor, worden mankrachten ingezet om de activa te ontginnen. Goud vinden versus huizen bouwen. In beide gevallen gaf een achterwege blijvende opbrengst aanleiding tot het crashen van het financieel systeem. Onvoldoende goud om meer geld te scheppen en zo de groeiende economie van voldoende geld te voorzien versus onvoldoende inkomen om de leningen terug te betalen en zo het reeds geschapen geld in stand te houden om de groeiende economie van voldoende geld te voorzien. Omdat het goud een miniem onderdeel vormt van de activa die de mens uit de aarde kan halen, vind ik dat fiat geld een veel betere systeem is dan grondstoffen geld (gebonden aan één grondstof). Een goed beheer in het uitschrijven van leningen had de huidige crisis kunnen vermijden. Echter specifiek voor de dollar is dat niet zeker, omdat de dollar wordt gebruikt als betaalmiddel in de wereldhandel. Minder leningen in dollars = minder dollars = minder wereldhandel op basis van fiat geld. De situatie verergert zo denk ik omdat bijvoorbeeld groeilanden hoe langer hoe meer overschotten hebben en dus zelf geen dollar leningen zullen aangaan om nieuw geld te creëren. Ik heb me zelf afgevraagd of het niet zou kunnen dat de vraag naar kredieten om geld te scheppen en zodoende de wereldhandel op peil te houden niet medeoorzaak kan zijn van de uit de hand gelopen 'subprime loans' (Ze waren nodig en omwille vraag versus aanbod was er veel geld mee te verdienen)?

Bronnen:



Labels:

0 Comments:

Post a Comment

<< Home